Door René de Boer – Met de facelift van de Citroën BX in de zomer van 1986 verscheen ook een uitvoering met duidelijk sportieve ambities in de prijslijsten: de BX GTi. Aanvankelijk met achtkleppen-viercilindermotor, goed voor 125 pk, maar een jaar later ook als GTi 16V met de nieuw ontwikkelde XU9J4-motor, een 1,9-liter viercilinder met een vermogen van 160 pk en ook uitgevoerd met standaard ABS. Met een betere wielophanging, lichtmetaal en wat meer prestatiegericht rubber van Michelin, in combinatie met de nodige uiterlijke aanpassingen, legde de 16-klepper nog meer de nadruk op sportiviteit, waarbij het spreekwoordelijke Citroëncomfort gehandhaafd bleef.
4×4
De achtklepper bleef wel in het programma en kwam er in 1989 ook met vierwielaandrijving. Successievelijk werd de uitrusting rijker, met onder andere ook voor de achtklepper lichtmetalen wielen, die de 16V al had, airco en zwart velours interieur. Medio 1993 viel vanwege de grootschalige invoering van de katalysator het doek voor de BX GTi.
Autosport
Dat de BX GTi 16V niet alleen een “caféracer” was, maar ook over autosportkwaliteiten beschikte, bewezen Paul Fauchey en Jan Molenaar door elk een exemplaar aan de start te brengen in het begin jaren negentig populaire en goed bezette Koni NK Productiewagens tot twee liter. Temidden van flink ondersteunde importeursteams van onder andere BMW, Alfa Romeo en Nissan hielden Fauchey en Molenaar zich goed staande.